Eind jaren '80 was mijn echtgenote te vinden om een peterschap op te nemen van een kindje via Plan International. Ik moet bekennen, ikzelf was daar een " beetje " tegen, ik geloofde niet in deze hulp.

Samen met vrienden maakten we een reis naar Sri Lanka, waar we Dulka ontmoeten, zij was een meisje gesponserd door Belgische pleegouders via Plan International. We waren echt verrast, want hier konden we met eigen ogen zien hoe de sponsering van Planouders goed besteed werd. Terug thuis, was de beslissing snel genomen, wij zouden ook starten met Plan. Ria wou wel een kindje uit Afrika, omdat in haar kindertijd een negerpop haar lieveling was.

In 1994 deden wij een aanvraag bij Plan International, en kregen een foto van een meisje uit Uganda. Roy, toen negen jaar, bijna kaal geschoren en in lompen gekleed. Ze leefde midden in de sloppenwijken en had tyfus. Onze eerste reactie was, och nee, zoiets hadden wij niet in onze gedachte, maar toen we verder lazen in de begeleidende brief, en de schrijnende toestand van het gezin ginder merkten, wisten we wel beter. Wat of wie waren wij om te beslissen wie al dan niet hulp kon gebruiken. Zo werd ROY onze (pleeg)dochter. Via Plan werden we jaarlijks op de hoogte gehouden over de toestand van onze dochter en de familie, wijzelf schreven regelmatig een briefje naar ginder. Roy kan geen engels dus haar brieven werden genoteerd door een vrijwilliger en bij Plan vertaald.

In België leerden we ondertussen NICOLE kennen, die voor vijf jaar als vrijwilligster in Uganda ging werken. Een uitgelezen moment om met iemand in het nederlands te corresponderen, en zo wat meer te vernemen van Uganda en het volk. Via brieven ( die soms weken onderweg waren, e-mail bestond nog niet ) hielden wij kontakt.

In 1999 beslisten we dan om onze (pleeg)dochter eens gaan te bezoeken. De begeleiding van de Plan - mensen was perfekt. Zij loodsten ons door de sloppen tot bij het lemen huisje van de familie. De ontmoeting was ontroerend, maar de wederzijdse liefde ging als een schokgolf door onze harten. Hier werd Roy onze echte dochter. Onze eerste -zwart Afrika - reis was slechts voor 5 dagen, we wisten niet wat we moesten verwachten, maar op dit kort verblijf hadden de mensen, het land, maar vooral de kinderen ons bekoord. WE GINGEN ZEKER TERUG.

Terug in België vertelden we aan onze vrienden en kennissen wat we daar gezien hadden en wat een miserie en armoede er heerste. Al gauw kregen we een centje bijeen, en zo onstond de hulp die je in onze projecten kan lezen.

In 2000 werd onze dochter Roy, toen 15 jaar, zwanger. Voor ons een teleurstelling, de familie had al zoveel armoede en nu dit er nog bovenop. Echter, ginder is het absoluut niet ongewoon om op deze leeftijd zwanger te worden. Bij ons bezoek in dat jaar, kreeg Ria op haar verjaardag een prachtbaby in haar armen, die al onze vooroordelen deden verdwijnen. De Baby kreeg de naam Rian, samengesteld uit onze namen Ria en Herman . We mochten ook van Plan Uganda meer tijd doorbrengen met onze dochter. Over de vader werd niet gepraat, wij bleven met de vragen zitten.

Een reis later hebben we dan de vader ontmoet, waarschijnlijk met een dik ei in zijn broek, hij had tenslotte onze dochter zwanger gemaakt. Maar na een uitgebreid gesprek, begrepen we dat hij heelwat geriskeerd had. In Uganda, als een meerderjarige een minderjarige zwanger maakt en iemand dient hierover klacht in, gaat de vader voor een poosje achter de tralies. Dus hij had een afwachtende houding aangenomen, tenslotte wist hij ook niet hoe wij als westerlingen op deze situatie zouden reageren. Op dat moment woonde onze dochter samen met de vader van haar kindje. Wij werden hartelijk ontvangen in nog steeds zo'n lemen huisje, Thadeus, de vader, werkte als pompbediende en verdiende amper zijn zout op ………… . Toch deed hij zijn best om zijn gezinnetje van voldoende eten te voorzien.

2002, Het jaar dat onze dochter 18 werd. We hadden wat centjes bij elkaar gespaard, en wilden haar verder helpen met een naaimachine. We dachten, indien ze zelf wat kleding kon maken, zij zo een centje extra kon verdienen. Maar liever starte ze met een " eigen kapsalon" wat je je ook daar mag van voorstellen. Omdat onze vakantietijd te kort was om dit allemaal in orde te brengen, hadden we aan de mensen van Plan om hulp gevraagd.

Later dat jaar eindigde ook de sponsering via Plan. Als het Plan-kind 18 jaar word geeft Plan de keuze om de sponsering over te zetten op een nieuw kind, of om te stoppen. Wij kozen voor een verdere privésponsering, onze band met Roy was reeds te sterk. Toch is Roy nog steeds welkom bij Plan Uganda. Datzelfde jaar werd onze tweede kleindochter geboren. Zij kreeg de naam Nicolé, genoemd naar onze goede vriendin Nicole, die op dat moment in Burundi als vrijwilligster aan't werk was.

Het jaar daarop konden we onze kleindochter Nicolé, ze was reeds 8 maand, voor het eerst knuffelen. De klein ocharme, had schrik van die witte mensen, het duurde een 3 tal dagen voordat haar angst voorbij was. Vanaf dat jaar betalen wij het schoolgeld ( kleuterschool) voor ons Rian. Andere kinderen uit de sloppenwijken, van deze leeftijd, hebben niet dit geluk. De ouders kunnen meestal geen schoolgeld betalen, en zo lopen deze kindjes een achterstand op. Dit wilden we vermijden door onze kleindochter(s) van in het begin een goede start te geven. Het kapsalon, dat we gesponserd hadden, was ondertussen gesloten. Alles is op een nacht leeggeroofd, en zonder materiaal konden ze niet verder.

Toen we in 2004 arriveerden was onze kleindochter Rian ziek. Ze nam reeds medicijnen tegen Malaria. Na een 3 tal dagen verslechterde haar toestand en zijn we zelf met haar naar een dokter gegaan, ook een hele ervaring. Daar werd ze ondergedompeld in koud water om de hoge koorts te laten zakken. Ook kreeg ze dadelijk haar eerste injectie, ze had zware malaria type 3. De dagen daarop kreeg ze nog enkele injecties. Pas na één week kwam ze er bovenop. Een geluk, wij waren juist op tijd, geld voor deze behandeling hadden de ouders niet. De daarop volgende weken brachten we samen met onze familie bezoeken aan verscheidene scholen, waar we allerhande uitdeelden. We wilden immers tonen dat we niet alleen voor hen naar Uganda reisden. Zoals elk jaar was het afscheid wederom zeer zwaar, maar steeds met de gedachte, tot volgende keer……… Nog maar net terug in ons belgenlandje, brachten we uitgebreid verslag van onze belevenissen om alzo ook weer centjes bij elkaar te krijgen voor ons volgende doel, het weeshuis van Mama Jane. Ondanks dat onze kinderen nog steeds leefden temidden van de sloppenwijken, groeiden Rian en Nicolé op als gelukkige kindjes. Dank zij onze extra steun die we hen maandelijks konden geven, moesten ze géén honger lijden, en het was fijn om te zien hoe er werd gedeeld met " hun beetje meer".

Ook in 2005 konden we super genieten van onze kleindochters. Rian kon ons Engels nu echt al verstaan, en ze zong voor ons uit volle borst haar liedjes van de school. Nicolé aapte haar grotere zus steeds na, wat dikwijls zéér komisch was. Rian verloor haar Jja jja Herman geen minuut uit het oog. Het was immers hij die haar hoog boven het hoofd kon tillen. Onze kleine Nicolé ( bijna 3 jaar) was nu de prachtige knuffelpop die Ria in haar kindertijd had gekoesterd. We waren apetrots op onze 2 mooie muzukulu's. Maar niet alleen ons gezinnetje kreeg onze aandacht, want de weeskindjes van Mama Jane waren het doel van onze akties. Ook in de sloppenwijk van Mulago konden we aan een hoognodige renovatie van een schoolgebouwtje starten. ( zie Projecten ) Alweer was het afscheid moeilijk, maar ook de kinderen begrepen niet waarom wij niet meer op bezoek kwamen. De juf op school leerde Rian, dat wij in het vliegtuig zaten, dat soms hoog in de lucht te zien was. Zo gebeurde dat Rian met vriendjes een vliegtuig nazwaaiden en riepen, bay jja jja Ria, bay jja jja Herman.

Eind oktober 2005 kregen we via SMS een bericht dat kleine Nicolé ziek was. "Go to the docter" was ons advies. Op 1 november … " Nicolé is very sick" … maar op dat moment was er geen geld voor dokter of medicatie. Op 2 november mochten ze dan geld afhalen bij de bank maaaaaar … … … 's avonds rond 5 uur onze tijd kwam het verpletterende bericht " Nicolé is gestorven". Voor ons ongeloof, hoe kan dit ? Waarom ? Ons verdriet was enorm.

Wegens zware rellen voor de verkiezingsperiode in Uganda werd ons vertrek in 2006 enkele maanden uitgesteld op aanraden van de Belgische Ambassade. Op Paasdag werden we uitgewuifd door onze familie, met onze hopen uit te delen bagage. Het bijeen gesponserde geld hadden we veilig overgemaakt op een Ugandese bankrekening. In Uganda starten we dadelijk met het uitwerken en bestellen van materialen voor de bouw van een nieuw dak op het schooltje. Wij bezochten samen met onze kinderen, na een helse rit van een 45 km, het grafje van Nicolé, een intens moment. Nicolé was gestorven aan Malaria, en door het tekort van een 25 Euro. Nu leerden we, hoe ook de mensen ginds, met verdriet en pijn moeten omgaan. Een stuk uit het leven van de Ugandezen waar we in het verleden nog niet mee geconfronteerd werden. Het leven gaat immers verder, en zo nemen ze de draad weer snel op. Onze bagage retour naar België bevatte honderden foto's van ons sloppenschooltje met een mooi nieuw dak dat lag te glinsteren in de zon, met de opgetrokken stenen muren en met vele blije kindergezichten die eindelijk in een degelijk fris gebouw lessen konden volgen.

Aankomen in Uganda is steeds een beetje als thuis komen. Zo ook in 2007, terug de zwoele warmte, de geur, de zwarte mensen, het lijkt of je hier niet bent weggeweest. Voor het eerst reisden vrienden met ons mee. Dit maakte de vlucht ( 9 uur ) een pak aangenamer. Ook hadden we meer bagage, en konden veel meer uitdelen.

Ginds aangekomen konden we het niet laten zo snel mogelijk onze familie op te zoeken. Omdat we hen maandelijks financieel steunen, wonen ze nu juist buiten de sloppenwijk in een stenen huisje. Twee kamertjes groot, geen stromend water, geen toilet, en toch een hele verbetering.

Na reeds 7 maal Uganda te hebben bezocht, en op al deze reizen weinig van het land hadden gezien, hadden we samen met onze vrienden een vijf daagse safaritocht gepland. Een fantastische beleving, een aanrader aan iedereen ! En afgewerkt tot in de puntjes, we wisten niet dat dit in Afrika kon.

Later bezochten we samen enkele projecten van de voorbije jaren, maar het belangrijkste was de start van onze nieuwe school. Onze vrienden bleven slechts een 12 tal dagen, maar het is verbazingwekkend hoe zij op deze korte tijd hun hart openstelden voor de bevolking, de kinderen, onze Afrikaanse vrienden, en het land. Wij brachten onze tijd verder door bij onze familie, en de opvolging van ons project. Met Roy, Thadeus en Rian gingen we naar het platte land. Daar kregen we een uitleg over de groei en bloei van de groenten en fruit, hoe de aardappelen werden geplant, hoe de vanilleplant groeit, over een avocadoboom, de soorten bananenbomen………. Een lesuurtje voor grote mensen.

Op het einde van onze reis bezochten we de school, om te weten hoe ver ze stonden. Hier konden we nog enkele foto's maken van het gebouw. Wij weten wel, dit zijn slechts enkele druppels op die grote hete plaat, maar onze druppels zijn van speciale makelij, zij verdampen niet, …….. Maar worden alleen maar groter.

Met Roy en het gezin gaat alles nu goed, het is wonderlijk hoe het meisje uit een sloppenwijk, gesteund door enkele westerlingen, een veel beter leven kon opbouwen. Wij hopen dat vele andere kinderen hier ooit de kans toe krijgen.

Ria en Herman